MVO Exchange: perfect bestaat niet

Twee weken geleden organiseerden MVO Nederland en Agentschap NL een zakelijk evenement over Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen: hoe doe je nu op een goede manier zaken in het buitenland?

Onderwerpen die gedurende de dag aan bod kwamen waren bijvoorbeeld corruptie, ketenverantwoordelijkheid, communicatie, financiering en allerlei andere aspecten waar je in het buitenland mee te maken krijgt. Maar die ook vanuit Nederland enorm moeilijk te controleren en te beïnvloeden zijn. Want hoe kom je er achter of alles gaat zoals afgesproken in, bijvoorbeeld, die Chinese fabriek waar jij onderdelen inkoopt? En als je er wel achter komt dat niet alles gaat zoals je wil, wat doe je dan? Complexe dilemma’s, en dat blijkt telkens weer uit de ervaringsverhalen die ik van bedrijven hoor over deze thematiek.

Dat is ook wat me vooral is bijgebleven van deze dag, of wel de MVO Exchange: complexe materie dat bijna niet helemaal perfect uit te voeren is.

Zo was er een ondernemer die sprak over zijn bedrijfje dat intussen succesvol lampjes op zonne-energie verkoopt in een aantal landen in Afrika waardoor mensen in kleine dorpjes licht krijgen, ’s avonds nog dingen kunnen doen, kinderen kunnen lezen en zo meer naar school kunnen. Allemaal ontzettend goed. Maar vanuit de zaal kwam de onvermijdelijke vraag: “Maar waar & hoe worden deze lampjes geproduceerd?”. In China, en hoe… dat wisten ze niet precies. De ondernemer gaf wel duidelijk aan dat wat hem betreft het doel van de onderneming is om licht te krijgen in die dorpen. En dat lukt. En aan de rest wordt gewerkt zodra hier goede en haalbare oplossingen voor zijn.

En er was de Dopper, het hippe waterflesje waardoor je gewoon kraanwater kan drinken en niet steeds nieuwe plastic flesjes water hoeft te kopen om die vervolgens weer weg te gooien. En een deel van het geld gaat naar een NGO voor waterprojecten. Wat wil je nog meer? Maar ook hier kritische, en terechte, vragen uit het publiek: “Waarom is dit wel geproduceerd van plastic? Waarom is het niet op z’n minst biologisch afbreekbaar plastic?” Etc. Nu blijkt dat het tweede niet technisch mogelijk is, maar het blijven scherpe vragen. Want zouden we in een ideale wereld niet van producten af willen die olie als grondstof hebben, en daarmee dus ook van plastic? Op dit moment zoekt de Dopper naar producenten in China voor een RVS-versie van de fles, maar ja… ook dat is niet zo makkelijk.

Dit zijn maar twee voorbeelden. Maar de dag zat hier vol mee. En niet alleen deze dag, maar veel andere ervaringen die ik hoor van bedrijven. Dit zijn niet alleen de ervaringen van kleine bedrijven, ook de grote multinationals van deze wereld lopen tegen dezelfde dilemma’s aan. Hoe goed deze bedrijven ook bezig zijn, ze hebben ook nog een lange weg te gaan. Maar gelukkig gaan ze allen met vertrouwen die weg op.

Perfectionisme op het gebied van MVO en duurzaamheid blijkt in elk geval niet te bestaan. Een bedrijf dat denkt zijn MVO-beleid zo in te kunnen richten dat het daarmee alle issues heeft afgedekt komt dus bedrogen uit. Want ja, de dilemma’s zijn ook vaak moeilijk bij elkaar te brengen.

Dit bleek ook eerder deze week weer toen een bedrijf vertelde over hun afwegingen bij inkoop in China, bijvoorbeeld rond overuren. Je wil als Nederlands bedrijf voorkomen dat jouw leverancier zijn mensen veel te veel uren laat werken. Maar ja, stel nou dat dat komt omdat jouw klant heel snel een grote order geleverd moest hebben? Maar ook: bij deze productielocaties in China werken vooral migranten. De enige reden voor hen om naar die plek te komen is om te werken, zo veel mogelijk om zo veel mogelijk geld te kunnen verdienen en terug te sturen naar hun familie en kinderen. Dus wat nou als zij gewoon die extra uren juist willen maken, en anders wel naar de buurman gaan om te werken…?

Chindia Rules!

Chindia Rules! is the title of a series of debates on how the rise of China and India is influencing the world, of which i attended the first evening last night.

The theme of this first debate was CSR & the new world order. A very broad topic to discuss on just one of those countries, let alone connecting these two countries in the discussion.

The panel was a varied group of China and India experts, though I felt that the group was a little unbalanced. On the Chinese side, Dutch men were speaking from a business and law perspective. And on the Indian side the panel included an Indian businessman and an NGO. This also meant that it really was difficult to get a good grasp on developments because no one could properly juxtapose these two countries (by themselves, or in response to the other). The moderator was clearly struggling.

This doesn’t mean that there were no interesting points raised. Stephen Frost, as one of the opening speakers, gave some interesting insights on the credibility of Chinese CSR reporting. This is mostly non-existent for two main reasons: 1) no assurance is provided on the reporting (eg, through auditing as is customary for CSR reporting); and 2) Chinese companies are resistant to transparancy.

This last point was confirmed by one fo the panel members, Henk Schulte Nordholt, when he said that sharing information is seen as losing power, as losing competitiveness.

Another point that has stuck with me is the difference between CSR and philanthropy in the Chinese context. The latter is something you are expected to do as a successful profit-making company, and also helps your relationship with the local community and local government. However, this train of thought doesn’t extend to CSR. Yet?

The final part of the evening brought some interesting questions from the audience. The one that probably shows best that there is still a long way to go was a question from a Dutch investor: she wanted to know how to approach Chinese companies as a potential investor. After some non-committal responses the clearest answer came from a Chinese man in the audience: “Don’t talk about human rights and such issues. Talk about business first. And then talk about something else.”

* A discussion paper was published to accompany this series of debates, which can be found here

IMPACT

Today was another day at the university, one of the last course days of my course on CSR Management. The morning was spent on discussing methods of measuring (social) impact and a method of giving financial value to environmental impact. At the end of the morning a few people started discussing some initiatives which are aimed at creating more awareness amongst individuals and/or companies about sustainability issues.

Of course, I couldn’t resist and I pitched No Impact Week as well, especially because this week is having it’s second Dutch edition in November. Predictably, our course coordinator asked me what impact this week (I have done it twice now) had had on me personally.

And, predictably, I always think of the best answer afterwards. I said something about eating organic most of the time, using my Dopper for tap water, etc. But later on I realized something else – the impact it really had on me.

Taking on the challenge of No Impact Week (NIW) two years ago has slowly but surely put me on the path of a career shift, which is what I am currently working towards. Curiousity about what it would mean to my own life to live ‘No Impact’ for a week was what made me take on the first week. That has led to a growing collection of books read on issues on sustainability, gathering a group of colleagues the next year for the first country-wide NIW, attending seminars and conferences on CSR & sustainability etc. All of this has led to the realization that this is something I don’t just want to read about, but that I want to do something about.

And that meant going back to school as a first step. The course is almost done, I’m excited about my final assignment for the course which we are piloting in November and I can’t wait to find out what will be next in this journey to new discoveries.

Exploding China

Indrukwekkend. Eigenlijk is het gewoon een debatavond. Maar met een beetje extra.

En dat is te zien. Een uitverkochte Rabozaal van de Stadsschouwburg. Een overwegend jong publiek, met hippe brillen en kapsels. En dat voor een avond gewijd aan de nieuwe megasteden in China, waar wij nog nooit van gehoord hebben.

Daan Roggeveen & Michiel Hulshof begeleiden ons door de avond, we zijn hier tenslotte vanwege hen: het is de boeklancering van hun boek How the city moved to Mr. Sun, het resultaat van een driejarig project. Het boek beschrijft 16 Chinese steden. Van het enorme Chongqing tot het onuitspreekbare Shijiazhuang en het verre, mysterieuze Kashgar. Allen miljoenensteden waar alles hard groeit: de economie, de bevolking en alles wat daar bij hoort. Hun boek beschrijft en toont deze steden en de mensen die er wonen.

De avond is een leuke mix van humor (leer 1000 mensen ‘Ik hou van je’ in het Chinees zeggen), informatie (historische ontwikkeling van Chongqing), exotisme (‘gekke’ Chinezen die Franse paleizen nabouwen), muziek en discussie over hedendaags China in een clubsfeer. Tussendoor maken we door korte intro’s op de verschillende onderdelen kennis met de steden en families uit het boek.

Conclusie van de avond is dat zich een enorme verandering voltrekt in de binnenlanden van China. Is Chongqing over 20 jaar net zo bekend als Chicago?

De paneldiscussie over deze en andere vragen wordt wat te tendentieus geleid naar mijn smaak (door oud-China-correspondente Joan Veldkamp) maar de twee panelleden (beiden van de Universiteit Leiden) weten goed de nuance in hun verhaal te leggen.

En de toekomst? Ook de Chinese panelleden kunnen (willen?) daar geen goed antwoord op geven. Maar duidelijk is dat China voor grote uitdagingen staat: sociaal, economisch, politiek – waar ook wij nog genoeg van zullen merken.

Leuke avond, slim gebruik gemaakt van de verschillende elementen en ik heb nooit geweten dat je dus op deze manier een debat over China hip kan maken.

Ik kijk uit naar het boek.