‘White elephants’

I was contacted recently by a journalist asking about some photographs I took on a trip to China two years ago. He is working on an article on ‘white elephants’ in China which is why he contacted me. I had never heard of this expression until then, but Wikipedia explains:

A white elephant is an idiom for a valuable but burdensome possession of which its owner cannot dispose and whose cost (particularly cost of upkeep) is out of proportion to its usefulness or worth. The term derives from the story that the kings of Siam (now Thailand) were accustomed to make a present of one of these animals to courtiers who had rendered themselves obnoxious, in order to ruin the recipient by the cost of its maintenance. In modern usage, it is an object, scheme, business venture, facility, etc., considered to be without use or value.

The New South China Mall in Dongguan, Guangdong province in southern China is one of these ‘white elephants’. I was taken there on a road trip showing the extremes of Chinese development. I wrote the below short article on my impressions of that day (written in april 2010).

—–

The Pearl River Delta is the main economic region in China and the two main cities, Shenzhen and Guangzhou, are some of the richest cities in the country. We spent the day driving to see some extremes of China – a good change from being in meeting rooms in Beijing for the four days before.

Shenzhen actually surprised me. The city has transformed in 30 years from a small fishing village across from Hong Kong to a major, modern city filled with high-tech companies. It was the first Special Economic Zone in China, announced in 1978 as part of Deng Xiaoping’s Open Door policy. It sparked tremendous growth for the region and ultimately made the Pearl River Delta into the production powerhouse of the world. A lot of the cheap toys and computer components which are ‘made in China’ are likely to have been made here. So in my mind Shenzhen would be a very industrial, factory-filled, dirty & grey, chaotic city. Similar, in fact, to surrounding cities such as Dongguan.

Surprisingly it was much better than that. We visited Shenzhen to meet with an architect from OMA who is working on the construction of the building for the Shenzhen Stock Exchange. And this is only one of many buildings under construction with some other top designed buildings close-by. The wealth of the city is clearly showing.

But to show me that China isn’t all about amazing growth rates, spectacular buildings and more, my colleague also took me to the biggest shopping mall in the world. I guess it’s another symptom of China’s development where everything needs to be bigger and better. But bigger doesn’t always mean better, as the New South China Mall clearly shows.

At first we thought we were in for a disappointment. Driving up to the mall we saw shops, people, lights and, well, activitiy. This wasn’t what we were coming for. Because apart from it being big, we were told it would also be empty. When we walked in behind the McDonald’s we were relieved to see this was true. Five floors and corridors going off in every direction, but no shop in sight. It was clear that there had been some shops at a point in time, but everything was gone apart from the Spar, the McD’s and the local drugstore out front. A ghost shopping mall – and an example of how it can go very wrong as well.

Haphazard investment clearly doesn’t automatically guarantee growth and further investment. And that ties in nicely with a presentation I attended earlier that week on the Chinese economy. That presentation closed off with the prediction that the current level of high investment is only going to have a negative effect and that China’s economy will crash within the next few years. Let’s see what will happen.

Dongguan/ New South China Mall

Toverwoorden: ruilen – delen – samenwerken

Ruilen.
Delen.
Samenwerken.

Het lijken de laatste paar weken toverwoorden te zijn die ik op veel, en vooral op onverwachte, momenten tegen kom. Natuurlijk zijn dit geen nieuwe begrippen. Het ruilen van goederen voor andere goederen bijvoorbeeld staat aan de basis van het samen leven van groepen mensen, waar intussen ‘gewoon’ geld voor in de plaats is gekomen.

Maar waar ik ook kijk, waar ik ook ben, of wat ik ook lees – het gaat tegenwoordig over ruilen, delen en samenwerken. Bijvoorbeeld als kernwaarde van nieuwe duurzame business modellen waar het magazine P+ vorige maand over schreef naar aanleiding van onderzoek van hoogleraar Jan Jonker. Uit dat onderzoek blijkt dat geld niet meer het enige ruilmiddel is en dat het samenwerken centraal staat in deze nieuwe business modellen.

Maar ook op bijvoorbeeld een Pechakucha avond in Amsterdam kwam in de meeste presentaties een vorm van bovenstaande naar voren: muzieksite 22tracks die juist is begonnen vanuit de gedachte om goede muziek te kunnen delen; de T-shirt ruilkraam van de Tilburg Cowboys waarbij je je oude bezwete t-shirt op een festival kan inruilen voor een schoongewassen ander t-shirt; of de fotograaf die unieke fotocamera’s weg geeft en de blije nieuwe eigenaar op het hart drukt om er iets moois mee te doen.

Tegelijkertijd ben ik begonnen met het lezen van het boek Society 3.0; een boek dat ingaat op hoe het anders zou kunnen in Nederland en dat met name de rol van (virtuele) netwerken hierin centraal stelt. Ik ben er nog lang niet helemaal door heen, maar ik ben erg benieuwd naar de ideeën.

Want vanmiddag belandde ik in een uitgebreide discussie met een goede vriend over hoe een echt flexibele arbeidsmarkt er uit zou kunnen zien. Dus niet het nieuwe werken wat, in mijn beleving, in de praktijk met name betekent dat je met je laptop ergens anders dan op kantoor zit. Maar echt flexibel werken: dat je langdurig verbonden bent aan meerdere opdrachtgevers die je serieus nemen in plaats van of gezien worden als tijdelijke zzp’er die er nu even voor een klus is of in plaats van een voltijds arbeidscontract waarin geen ruimte is voor aanvullende, niet-concurrerende opdrachten. In die situatie gaat het juist om waarde toevoegen op de juiste plek – en die juiste plek kan variëren gedurende de week. [verdere uitwerking hiervan volgt] De kern blijft: delen & samenwerken waarbij je gebruik maakt van de juiste expertise beschikbaar binnen een netwerk van gelijkgestemden.

Het leidt wel tot de persoonlijke vraag: waar vind ik mijn plek in dit bewegende spectrum van ruilen – delen – samenwerken. Op dit moment bevind ik me, professioneel gezien, in een grote organisatie met een duidelijke taakomschrijving. Een deeltaak daarin is het opbouwen van een (extern) netwerk en het samenwerken met partners, maar binnen een beperkt kader. Kan dat niet flexibeler of in meer vrijheid? Of moet ik mijn plek daar meer zelf in vinden, of zelfs: veroveren?

Met dezelfde vriend proberen we sinds een tijdje een groepje mensen bij elkaar te krijgen die werken op vergelijkbare thematiek en die juist ook open staan voor het delen & samenwerken. We noemen het Crossover, juist omdat het over meerdere expertises & vakgebieden gaat en die met elkaar probeert te verbinden. Maar eigenlijk willen we meer.

En terwijl ik al dit overdacht vanavond op de bank kwam het journaal voorbij met daarin een reportage over Griekenland. Zoals eigenlijk elke dag, zul je denken. Gelukkig was deze anders, en betrof het een positief verhaal. In Griekenland hebben kleine gemeenschappen een manier gevonden om ook zonder de euro diensten en goederen te kunnen ‘kopen’: ze zijn terug gegaan naar het aloude ruilen. Een mooie afsluiter van de dag dus. Hier te kijken en ook nog over te lezen.

Video: Where good ideas come from

I saw this video a few weeks ago, but it has stuck with me since then, so it’s time to share.

[youtube http://www.youtube.com/watch?v=Mb0ssmoXG1I&w=420&h=315]

I’ve had a few ideas floating in my head but none of them are concrete enough yet to start doing something with them. It’s good to know that all it takes is time for these ideas to connect and make sense!