Preparing for Tokyo

Tokyo Sky Tree / from Kappabashi-dori

In only a short time from now I’ll be heading to Japan (mostly Tokyo) for a week or so for work. Yikes. That date is quickly getting closer. Which is great – I can’t wait – but this week I’ve also realized that it’s now really time to start filling up that week with appointments and meetings.

I have a long list of people and organisations I would like to meet with. Many of which will not be a problem to meet with, but some of these people have no idea who I am. So it’s also important to get my story right when contacting them. Exciting – another step in establishing my own business.

Why am I going to Tokyo? The trip has a few objectives, but mostly it is meant to further strengthen my professional network locally and to do some research on a few topics I’ve been working on. Mostly these are to get a better perspective on developments on sustainable urban development in Japan, and to find out more on CSR in Japan: what are the main topics in Japan for companies and what are currently the main challenges?

[UPDATE 12/5: thinking about it more, the main question that I take with me to Tokyo is Are Corporate Social Responsibility and sustainability on the business agenda in Japan?]

To be continued, of course. And in the mean time, if anyone has further suggestions of relevant organisations/people to meet with who can help me with the above questions, I’d love to hear them!

Azië, MVO en film: all in a day’s work

Een goed begin van de dag: met koffie bijpraten met een oud-collega. Beiden zijn we vrijwel gelijktijdig bij onze vorige werkgever weggegaan om zelfstandig te gaan op een vergelijkbaar werkterrein: zakendoen in Azië. Concurrenten zijn we gelukkig niet. Azië is groot, dus waar ik werk op Oost-Azië werkt zij vooral op Zuidoost-Azië. Goed dus om wat ervaringen te delen van deze eerste paar maanden. Waar steek je je tijd in? Hoe bepaal je wat je wel en niet doet, op welk aanbod je wel of niet ingaat?

Daarna door naar het kantoor van mijn opdrachtgever om vrijwel direct de filmploeg op te vangen voor een volgend interview voor ‘onze’ film. Te weinig bedrijven kennen de OESO-richtlijnen* en wat ze daar mee kunnen. Daar brengt onder andere deze film hopelijk verandering in. Voordat de filmploeg er echt was, bleek mijn geplande filmlocatie niet meer beschikbaar. Stress. Want ‘camera-‘genieke plekken zijn schaars in dit gebouw. Twee uur later zat het interview er op, gelukkig naar tevredenheid van iedereen. Vrijdag staan de volgende twee gesprekken gepland, met twee externe organisaties.

Na wat mail te hebben weggewerkt en klusjes te hebben gedaan werd een geplande korte bijpraat met een collega een leuke brainstorm met veel ideeën over hoe het thema van internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen beter bij bepaalde doelgroepen onder de aandacht te brengen. Een theatershow, krachtige 20-seconden-filmpjes en een hoop andere ideeën (vaak wat haalbaarder) kwamen voorbij om de komende tijd verder uit te werken. Leuk. Van dit soort gesprekken krijg ik energie. Niet blijven hangen in die dingen die we al lang doen, maar op zoek naar iets nieuws.

En morgen? Morgen dan echt aan de slag om een week in Tokyo volgende maand vol te plannen met afspraken.

—-

* De OESO-richtlijnen beschrijven wat 44 overheden (waaronder Nederland) verwachten op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen van hun bedrijven die actief zijn in het buitenland. Binnenkort schrijf ik hier meer over.

Architecture in China, a Dutch perspective

Shenzhen Stock Exchange being built / OMA design (taken April 2010)

Working in China as a non-Chinese brings all kinds of challenges with it. Of course, this isn’t a surprise. The book “You can’t change China, China changes you” explores exactly what those differences are, in one particular industry: architecture.

The book had been recommended to me a few times over the last couple of years, as I work on China and regularly with architects. So when I came across a copy in the local bookshop it was an easy choice to take home. Only at home did I realize that this was an English-language copy of an originally Dutch book. In itself not a problem, except that the book would have benefited from a good editor.

The book covers the adventures and experiences of Dutch architect John van de Water of NEXT Architects. Spanning several years from about 2004-2008, Van de Water shares with the reader his amazement, surprise, fascination while working in Beijing in cooperation with a Chinese architecture firm. And yes, the Chinese building & architecture industry is different – the book shows differences in how projects are acquired, the importance of the client, the perspective towards the role of the architect as part of a project etc. And of course the speed at which China is building.

It’s a good read, even for a non-architect, though I am sure that fellow-architects will gain more from it. The book contains a lot of theorizing, and abstract concepts on what the function of architecture in society should be. Sometimes these parts became a bit too pompous for my taste (but that could also have been the language issue noted above). And knowing the industry from inside would probably help to appreciate the differences more.

What the book has left me with is the sense that being an architect in China means that you need to be able to deal with unpredictable situations; whether this is a client which is constantly changing its mind or changing government plans, you never quite know what will happen the next day. In fact, that is probably the same in any industry across China.

Duurzaamheid: naar de basis?

Van maatschappelijk verantwoord ondernemen en duurzaamheid wordt vaak gezegd dat dit volledig in de kern van een bedrijf/organisatie (of persoon?) verweven moet zijn – intrinsiek moet zijn – om echt succesvol of gerealiseerd te zijn. Daar ben ik het mee eens, maar: wanneer is dit dan zo? En is het dan belangrijk om dit te laten zien en hoe?

Deze vraag zweeft al een tijdje door mijn hoofd, en werd weer aangewakkerd door wat recente gesprekken. Bijvoorbeeld met iemand van een grote organisatie die zich onder andere bezig houdt met milieu en duurzaamheid. Deze man vertelde trots dat duurzaamheid volledig in de missie van de organisatie verwerkt zit. Gelukkig, zou ik bijna zeggen, want het zou me erg verbazen als dat niet zo zou zijn.

Maar ik had wel een paar tegenvragen. Bijvoorbeeld over hoe een onderwerp dat ik belangrijk vind binnen dit thema – voedsel – terug komt in die missie en in die organisatie. Hoeveel keuze geeft het bedrijfsrestaurant voor biologische producten? Is er veel keuze voor vegetarische gerechten? Ja, hele kleine en praktische punten maar voor mij raakt dit wel een belangrijk onderdeel: Ik ben van mening dat je juist met keuzes over wat je wel en niet eet verschil kunt maken. En als een organisatie zegt dat duurzaamheid belangrijk is, dan is wat mij betreft het aanbod in de kantine daar een belangrijke indicatie voor: geef je je medewerkers de gelegenheid om andere keuzes te kunnen maken (zonder dat ze zelf brood of salades vanuit huis moeten meenemen)?

Terug naar dat gesprek. Deze vraag alleen al bleek moeilijk te beantwoorden. Eigenlijk viel dat toch best tegen, die keuzemogelijkheid in wat je kon eten. Tja….

Wat betekent het dan dat je toch als organisatie zegt duurzaamheid ontzettend belangrijk te vinden, maar je binnen je eigen bedrijfsvoering niet die dingen oppakt die zo zichtbaar zijn op dat gebied. Diezelfde vraag komt vaak bij me op als ik bekende Nederlanders, vaak nadat ze zijn teruggetreden na een succesvolle politieke carrière, hoor praten over de urgentie van dit onderwerp. Wat doen zij zelf? Maken zij zelf de keuzes – als consument – die bijdragen aan een duurzamere samenleving die zij – als burger – zeggen belangrijk te vinden? Zoals ik professor Kishore Mahbubani eerder deze week hoorde zeggen: wijsheid komt na het neerleggen van openbare bestuurlijke/politieke functies.

En nee, ook ik ben geen ideaal voorbeeld van hoe je je leven zo duurzaam mogelijk kunt inrichten – maar leer daar wel steeds vaker keuzes in te maken die ik belangrijk vind. Wie weet, misschien geldt dat ook voor de voorbeelden die ik hier boven noem. Hopelijk.

Ondernemerschap, 2013

Het is april: mijn eerste kwartaal als zelfstandig ondernemer zit er op. En de tijd vliegt: een eerste opdracht is alweer een tijdje terug afgerond, mijn andere klus staat intussen aardig op de rails, het ontwerp van mijn nieuwe huisstijl begint definitiever vorm aan te nemen en als ik het nu nog niet zeker wist: de eerste aangifte van de omzetbelasting is ook de deur uit.

Het is een boeiende ontdekkingstocht met veel nieuwe kennis, inspirerende mensen, en – dat kan niet anders – vaak uit die comfort zone. Vorige week was ik daarom een dag op de Week van de Ondernemer om nieuwe ideeën en inspiratie op te zoeken. Maar het ochtendprogramma van deze dag, geleid door Wilfred Genee, deed me al snel afvragen of ik eigenlijk wel behoor tot de doelgroep van dit groots opgezette evenement. Er werd door de verschillende (uitsluitend mannelijke) sprekers veel gezegd over ‘het kennen van je klant’ en zijn taal spreken.

Op deze dag werd mijn taal in elk geval niet gesproken. Ik herinner het me als een ochtend vol met platitudes & flauwe moppen over het verschil tussen mannen en vrouwen en over voetbal; met alleen mannen van middelbare leeftijd in grijze pakken op het podium; en met een focus op zoveel mogelijk geld verdienen.

Dit is niet mijn soort ondernemerschap. Ik kies juist voor dit pad omdat ik diversiteit zoek, omdat ik wil werken aan de thema’s die ik belangrijk vind in deze wereld, omdat ik met gelijkgestemden wil samenwerken om het allerbeste resultaat te bereiken (en dat staat niet gelijk aan het meeste geld verdienen); omdat de wereld – en dus ook de economie – hard verandert en ik daar onderdeel van wil uitmaken.

Niets van dit bovenstaande heb ik terug gevonden op deze dag in Utrecht. Jammer. Misschien ben ik wel geen standaard-ondernemer – dat zou me zeker niet verbazen. Maar tegelijkertijd kan ik me ook niet voorstellen dat het gros van de mensen die zelfstandig werken, die een eigen bedrijf hebben, zich aangesproken voelen door dit verhaal van de oude en conservatieve economie wat voorop stond in Utrecht.

Sprak de Week van de Ondernemer echt de taal van zijn klant?