Toverwoorden: ruilen – delen – samenwerken

Ruilen.
Delen.
Samenwerken.

Het lijken de laatste paar weken toverwoorden te zijn die ik op veel, en vooral op onverwachte, momenten tegen kom. Natuurlijk zijn dit geen nieuwe begrippen. Het ruilen van goederen voor andere goederen bijvoorbeeld staat aan de basis van het samen leven van groepen mensen, waar intussen ‘gewoon’ geld voor in de plaats is gekomen.

Maar waar ik ook kijk, waar ik ook ben, of wat ik ook lees – het gaat tegenwoordig over ruilen, delen en samenwerken. Bijvoorbeeld als kernwaarde van nieuwe duurzame business modellen waar het magazine P+ vorige maand over schreef naar aanleiding van onderzoek van hoogleraar Jan Jonker. Uit dat onderzoek blijkt dat geld niet meer het enige ruilmiddel is en dat het samenwerken centraal staat in deze nieuwe business modellen.

Maar ook op bijvoorbeeld een Pechakucha avond in Amsterdam kwam in de meeste presentaties een vorm van bovenstaande naar voren: muzieksite 22tracks die juist is begonnen vanuit de gedachte om goede muziek te kunnen delen; de T-shirt ruilkraam van de Tilburg Cowboys waarbij je je oude bezwete t-shirt op een festival kan inruilen voor een schoongewassen ander t-shirt; of de fotograaf die unieke fotocamera’s weg geeft en de blije nieuwe eigenaar op het hart drukt om er iets moois mee te doen.

Tegelijkertijd ben ik begonnen met het lezen van het boek Society 3.0; een boek dat ingaat op hoe het anders zou kunnen in Nederland en dat met name de rol van (virtuele) netwerken hierin centraal stelt. Ik ben er nog lang niet helemaal door heen, maar ik ben erg benieuwd naar de ideeën.

Want vanmiddag belandde ik in een uitgebreide discussie met een goede vriend over hoe een echt flexibele arbeidsmarkt er uit zou kunnen zien. Dus niet het nieuwe werken wat, in mijn beleving, in de praktijk met name betekent dat je met je laptop ergens anders dan op kantoor zit. Maar echt flexibel werken: dat je langdurig verbonden bent aan meerdere opdrachtgevers die je serieus nemen in plaats van of gezien worden als tijdelijke zzp’er die er nu even voor een klus is of in plaats van een voltijds arbeidscontract waarin geen ruimte is voor aanvullende, niet-concurrerende opdrachten. In die situatie gaat het juist om waarde toevoegen op de juiste plek – en die juiste plek kan variëren gedurende de week. [verdere uitwerking hiervan volgt] De kern blijft: delen & samenwerken waarbij je gebruik maakt van de juiste expertise beschikbaar binnen een netwerk van gelijkgestemden.

Het leidt wel tot de persoonlijke vraag: waar vind ik mijn plek in dit bewegende spectrum van ruilen – delen – samenwerken. Op dit moment bevind ik me, professioneel gezien, in een grote organisatie met een duidelijke taakomschrijving. Een deeltaak daarin is het opbouwen van een (extern) netwerk en het samenwerken met partners, maar binnen een beperkt kader. Kan dat niet flexibeler of in meer vrijheid? Of moet ik mijn plek daar meer zelf in vinden, of zelfs: veroveren?

Met dezelfde vriend proberen we sinds een tijdje een groepje mensen bij elkaar te krijgen die werken op vergelijkbare thematiek en die juist ook open staan voor het delen & samenwerken. We noemen het Crossover, juist omdat het over meerdere expertises & vakgebieden gaat en die met elkaar probeert te verbinden. Maar eigenlijk willen we meer.

En terwijl ik al dit overdacht vanavond op de bank kwam het journaal voorbij met daarin een reportage over Griekenland. Zoals eigenlijk elke dag, zul je denken. Gelukkig was deze anders, en betrof het een positief verhaal. In Griekenland hebben kleine gemeenschappen een manier gevonden om ook zonder de euro diensten en goederen te kunnen ‘kopen’: ze zijn terug gegaan naar het aloude ruilen. Een mooie afsluiter van de dag dus. Hier te kijken en ook nog over te lezen.

Video: Where good ideas come from

I saw this video a few weeks ago, but it has stuck with me since then, so it’s time to share.

[youtube http://www.youtube.com/watch?v=Mb0ssmoXG1I&w=420&h=315]

I’ve had a few ideas floating in my head but none of them are concrete enough yet to start doing something with them. It’s good to know that all it takes is time for these ideas to connect and make sense!

Along the tsunami coast

Kesennuma, Kamaishi, Rikuzentakata, Miyako – two weeks ago I was travelling through a region in Japan where I had only heard of the names of places because of one thing: the tsunami that happened on 11 March 2011.

I only travelled part of this coast though, starting from Miyako in Iwate prefecture and heading north along a coast that is the northern half of the Rikuchu Kaigan National Park: 180 kilometers of stunning and spectacular cliffs, rocks and other natural scenery. I have a feeling this part may be one of the more accessible regions though I don’t know for sure. One reason is that here trains are mostly back up – with a short exception – while I have heard that further south there is much more work still to be done. I guess it’s more remote and some towns there suffered incredible damage.

Miyako is a town which feels good. Yes, there was a lot of damage but in the city centre this is mostly visible when you start noticing how much buildings look very new, or at least the ground floor does. Dinner, for example, was in a very friendly izakaya where the owners renovated for two months before re-opening as the building had been flooded with water 2 meters high. They had been inside during the earthquake and only barely managed to keep themselves standing – and then got the hell out of there to get away as quickly as possible for the expected tsunami.

Most of the ‘visible’ damage in Miyako – the rubble, the collapsed buildings, etc – is gone, with a collapsed Shell gas station as the clear exception. Instead, the city is rebuilding. And you can tell it is: there’s lots of traffic, a lot of people about town, hotels are fully booked, and buildings are being rebuilt where ever you look. The town’s people are positive that when summer is here, so will the tourists.

There’s good reason for the tourists to come to see the dramatic cliffs of the coastal national park. These rocks and cliffs are also again a reminder of the force of nature. They have been here for centuries and still look the same as always: strong, imposing, powerful. Just like the tsunami was.

I’m continuing my journey north by train and for the moment also by bus for a short stretch of railroad which hasn’t been restored yet (the other parts were put back to use only earlier this spring). But like a taxi driver told me “We won’t be beat”, which is even all the more admirable considering that people living here are confronted with what happened every day again – but that only seems to make their conviction to build up their towns and villages even stronger.

A very very impressive start of my 10 days across Tohoku.

MVO Exchange: perfect bestaat niet

Twee weken geleden organiseerden MVO Nederland en Agentschap NL een zakelijk evenement over Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen: hoe doe je nu op een goede manier zaken in het buitenland?

Onderwerpen die gedurende de dag aan bod kwamen waren bijvoorbeeld corruptie, ketenverantwoordelijkheid, communicatie, financiering en allerlei andere aspecten waar je in het buitenland mee te maken krijgt. Maar die ook vanuit Nederland enorm moeilijk te controleren en te beïnvloeden zijn. Want hoe kom je er achter of alles gaat zoals afgesproken in, bijvoorbeeld, die Chinese fabriek waar jij onderdelen inkoopt? En als je er wel achter komt dat niet alles gaat zoals je wil, wat doe je dan? Complexe dilemma’s, en dat blijkt telkens weer uit de ervaringsverhalen die ik van bedrijven hoor over deze thematiek.

Dat is ook wat me vooral is bijgebleven van deze dag, of wel de MVO Exchange: complexe materie dat bijna niet helemaal perfect uit te voeren is.

Zo was er een ondernemer die sprak over zijn bedrijfje dat intussen succesvol lampjes op zonne-energie verkoopt in een aantal landen in Afrika waardoor mensen in kleine dorpjes licht krijgen, ’s avonds nog dingen kunnen doen, kinderen kunnen lezen en zo meer naar school kunnen. Allemaal ontzettend goed. Maar vanuit de zaal kwam de onvermijdelijke vraag: “Maar waar & hoe worden deze lampjes geproduceerd?”. In China, en hoe… dat wisten ze niet precies. De ondernemer gaf wel duidelijk aan dat wat hem betreft het doel van de onderneming is om licht te krijgen in die dorpen. En dat lukt. En aan de rest wordt gewerkt zodra hier goede en haalbare oplossingen voor zijn.

En er was de Dopper, het hippe waterflesje waardoor je gewoon kraanwater kan drinken en niet steeds nieuwe plastic flesjes water hoeft te kopen om die vervolgens weer weg te gooien. En een deel van het geld gaat naar een NGO voor waterprojecten. Wat wil je nog meer? Maar ook hier kritische, en terechte, vragen uit het publiek: “Waarom is dit wel geproduceerd van plastic? Waarom is het niet op z’n minst biologisch afbreekbaar plastic?” Etc. Nu blijkt dat het tweede niet technisch mogelijk is, maar het blijven scherpe vragen. Want zouden we in een ideale wereld niet van producten af willen die olie als grondstof hebben, en daarmee dus ook van plastic? Op dit moment zoekt de Dopper naar producenten in China voor een RVS-versie van de fles, maar ja… ook dat is niet zo makkelijk.

Dit zijn maar twee voorbeelden. Maar de dag zat hier vol mee. En niet alleen deze dag, maar veel andere ervaringen die ik hoor van bedrijven. Dit zijn niet alleen de ervaringen van kleine bedrijven, ook de grote multinationals van deze wereld lopen tegen dezelfde dilemma’s aan. Hoe goed deze bedrijven ook bezig zijn, ze hebben ook nog een lange weg te gaan. Maar gelukkig gaan ze allen met vertrouwen die weg op.

Perfectionisme op het gebied van MVO en duurzaamheid blijkt in elk geval niet te bestaan. Een bedrijf dat denkt zijn MVO-beleid zo in te kunnen richten dat het daarmee alle issues heeft afgedekt komt dus bedrogen uit. Want ja, de dilemma’s zijn ook vaak moeilijk bij elkaar te brengen.

Dit bleek ook eerder deze week weer toen een bedrijf vertelde over hun afwegingen bij inkoop in China, bijvoorbeeld rond overuren. Je wil als Nederlands bedrijf voorkomen dat jouw leverancier zijn mensen veel te veel uren laat werken. Maar ja, stel nou dat dat komt omdat jouw klant heel snel een grote order geleverd moest hebben? Maar ook: bij deze productielocaties in China werken vooral migranten. De enige reden voor hen om naar die plek te komen is om te werken, zo veel mogelijk om zo veel mogelijk geld te kunnen verdienen en terug te sturen naar hun familie en kinderen. Dus wat nou als zij gewoon die extra uren juist willen maken, en anders wel naar de buurman gaan om te werken…?

Chindia Rules!

Chindia Rules! is the title of a series of debates on how the rise of China and India is influencing the world, of which i attended the first evening last night.

The theme of this first debate was CSR & the new world order. A very broad topic to discuss on just one of those countries, let alone connecting these two countries in the discussion.

The panel was a varied group of China and India experts, though I felt that the group was a little unbalanced. On the Chinese side, Dutch men were speaking from a business and law perspective. And on the Indian side the panel included an Indian businessman and an NGO. This also meant that it really was difficult to get a good grasp on developments because no one could properly juxtapose these two countries (by themselves, or in response to the other). The moderator was clearly struggling.

This doesn’t mean that there were no interesting points raised. Stephen Frost, as one of the opening speakers, gave some interesting insights on the credibility of Chinese CSR reporting. This is mostly non-existent for two main reasons: 1) no assurance is provided on the reporting (eg, through auditing as is customary for CSR reporting); and 2) Chinese companies are resistant to transparancy.

This last point was confirmed by one fo the panel members, Henk Schulte Nordholt, when he said that sharing information is seen as losing power, as losing competitiveness.

Another point that has stuck with me is the difference between CSR and philanthropy in the Chinese context. The latter is something you are expected to do as a successful profit-making company, and also helps your relationship with the local community and local government. However, this train of thought doesn’t extend to CSR. Yet?

The final part of the evening brought some interesting questions from the audience. The one that probably shows best that there is still a long way to go was a question from a Dutch investor: she wanted to know how to approach Chinese companies as a potential investor. After some non-committal responses the clearest answer came from a Chinese man in the audience: “Don’t talk about human rights and such issues. Talk about business first. And then talk about something else.”

* A discussion paper was published to accompany this series of debates, which can be found here

IMPACT

Today was another day at the university, one of the last course days of my course on CSR Management. The morning was spent on discussing methods of measuring (social) impact and a method of giving financial value to environmental impact. At the end of the morning a few people started discussing some initiatives which are aimed at creating more awareness amongst individuals and/or companies about sustainability issues.

Of course, I couldn’t resist and I pitched No Impact Week as well, especially because this week is having it’s second Dutch edition in November. Predictably, our course coordinator asked me what impact this week (I have done it twice now) had had on me personally.

And, predictably, I always think of the best answer afterwards. I said something about eating organic most of the time, using my Dopper for tap water, etc. But later on I realized something else – the impact it really had on me.

Taking on the challenge of No Impact Week (NIW) two years ago has slowly but surely put me on the path of a career shift, which is what I am currently working towards. Curiousity about what it would mean to my own life to live ‘No Impact’ for a week was what made me take on the first week. That has led to a growing collection of books read on issues on sustainability, gathering a group of colleagues the next year for the first country-wide NIW, attending seminars and conferences on CSR & sustainability etc. All of this has led to the realization that this is something I don’t just want to read about, but that I want to do something about.

And that meant going back to school as a first step. The course is almost done, I’m excited about my final assignment for the course which we are piloting in November and I can’t wait to find out what will be next in this journey to new discoveries.

Exploding China

Indrukwekkend. Eigenlijk is het gewoon een debatavond. Maar met een beetje extra.

En dat is te zien. Een uitverkochte Rabozaal van de Stadsschouwburg. Een overwegend jong publiek, met hippe brillen en kapsels. En dat voor een avond gewijd aan de nieuwe megasteden in China, waar wij nog nooit van gehoord hebben.

Daan Roggeveen & Michiel Hulshof begeleiden ons door de avond, we zijn hier tenslotte vanwege hen: het is de boeklancering van hun boek How the city moved to Mr. Sun, het resultaat van een driejarig project. Het boek beschrijft 16 Chinese steden. Van het enorme Chongqing tot het onuitspreekbare Shijiazhuang en het verre, mysterieuze Kashgar. Allen miljoenensteden waar alles hard groeit: de economie, de bevolking en alles wat daar bij hoort. Hun boek beschrijft en toont deze steden en de mensen die er wonen.

De avond is een leuke mix van humor (leer 1000 mensen ‘Ik hou van je’ in het Chinees zeggen), informatie (historische ontwikkeling van Chongqing), exotisme (‘gekke’ Chinezen die Franse paleizen nabouwen), muziek en discussie over hedendaags China in een clubsfeer. Tussendoor maken we door korte intro’s op de verschillende onderdelen kennis met de steden en families uit het boek.

Conclusie van de avond is dat zich een enorme verandering voltrekt in de binnenlanden van China. Is Chongqing over 20 jaar net zo bekend als Chicago?

De paneldiscussie over deze en andere vragen wordt wat te tendentieus geleid naar mijn smaak (door oud-China-correspondente Joan Veldkamp) maar de twee panelleden (beiden van de Universiteit Leiden) weten goed de nuance in hun verhaal te leggen.

En de toekomst? Ook de Chinese panelleden kunnen (willen?) daar geen goed antwoord op geven. Maar duidelijk is dat China voor grote uitdagingen staat: sociaal, economisch, politiek – waar ook wij nog genoeg van zullen merken.

Leuke avond, slim gebruik gemaakt van de verschillende elementen en ik heb nooit geweten dat je dus op deze manier een debat over China hip kan maken.

Ik kijk uit naar het boek.