Exploring fair fashion (4): ‘Groen is de rode draad’ in de Nederlandse textielsector?

Creëer nostalgie naar de toekomst.

Het was de laatste tip van een middag die volledig was gewijd aan hoe de Nederlandse textielsector verder kan verduurzamen. Juist deze oproep – van Karl Raats – had eigenlijk geen rechtstreekse link met dat thema. Maar toch past het, want dat is wat er nodig is: een gezamenlijk beeld van hoe we de toekomst (van een duurzame – textiel – industrie) voor ons zien en één waar we ons allen in willen bevinden.

Die toekomst is er niet alleen één voor producenten en kledingmerken, maar ook voor consumenten en ook voor de naaisters en anderen die er voor zorgen dat onze kleding in de winkels ligt. Jolande Sap verwoordde dit door te zeggen dat consumenten niet meer zouden hoeven vragen hoe kleding geproduceerd is: het zou vanzelfsprekend moeten zijn dat het goed geproduceerd is.

Tijdens Groen is de rode draad – de conferentie over verduurzaming van de textielsector – gisteren ging het over die toekomst in de vorm van het Plan van Aanpak dat de sector in 2013 heeft opgesteld in reactie op de ramp bij de Rana Plaza fabriek in april 2013 in Bangladesh. Gedurende de middag kwamen vertegenwoordigers van de drie brancheorganisaties aan het woord die zich hebben verbonden aan dit plan van aanpak en werd in korte workshops een stand van zaken gegeven van de verschillende werkgroepen die onderdeel uitmaken van dit plan. Die werkgroepen gaan over uiteenlopende, maar vaak ook deels gerelateerde, onderwerpen zoals sociale dialoog, gebonden arbeid, circulaire economie, inkooppraktijk, leefbaar loon en communicatie.

Complexiteit in de textielsector

Dat dit complexe onderwerpen zijn om snel resultaat op te boeken bleek al snel: een aantal werkgroepen heeft nog maar een enkel bedrijf als deelnemer en meerdere bedrijven zijn verbonden aan meer dan 1 werkgroep waardoor het totaal van betrokken bedrijven relatief laag blijft. Concrete acties lijken er nog relatief weinig te zijn. Vaak wordt ook gekozen voor een kleinschalige aanpak: bijvoorbeeld met een pilot in één regio van een bepaald land.

Dit is logisch, want zoals ook in een presentatie van het Ethical Trade Initiative over de sumangali problematiek in Tamil Nadu in India duidelijk werd, kun je niet bij je leverancier waar problemen zijn binnen lopen en direct verwachten dat alles verandert. Dit vraagt vertrouwen, tijd, wederzijds respect en een aanpak per bedrijf en issue. Best ingewikkeld dus.

Ongeduld over resultaten

Tegelijkertijd begrijp ik het ongeduld van organisaties zoals SOMO, FNV, Schone Kleren Campagne en anderen ook goed: met meer zichtbare resultaten en aantoonbare best practices wordt het ook makkelijker om de achterblijvers verder mee te nemen hierin – en om meer effectieve internationale samenwerking op te zetten.

Want gezamenlijkheid en samenwerking waren de woorden die door vrijwel elke spreker meerdere keren werden genoemd. Samenwerking met partijen in Nederland: het plan van aanpak wordt juist als uniek ervaren door de bundeling van krachten van bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties en overheid. Tegelijkertijd miste ik die gezamenlijkheid op het podium: vrijwel uitsluitend stonden hier vertegenwoordigers van het bedrijfsleven (heel belangrijk!) en een enkele vertegenwoordiger van een vakbond of maatschappelijke organisatie.

Rol van de overheid?

De overheid heb ik vooral gezien als bezoeker. Vanuit het werk wat ik doe voor onder andere het ministerie van Buitenlandse Zaken weet ik dat de overheid nauw betrokken is bij dit plan van aanpak, maar dat kwam zeker niet voor het voetlicht tijdens deze middag. Sterker nog, het was ook het onderwerp van meerdere discussies waar ik in belandde tijdens de middag: de overheid zou meer moeten doen. Terwijl onzichtbaar is wat de overheid nu al doet.

Daarnaast kwam op meerdere momenten terug dat die samenwerking ook een internationaler karakter zou moeten krijgen: Nederland is een te klein landje om hier alleen het verschil in te kunnen maken. Waar is de Europese coördinatie op dit onderwerp zodat verschillende initiatieven wellicht versneld gerealiseerd kunnen worden en er meer invloed uitgeoefend kan worden op lokale overheden in bijvoorbeeld Bangladesh of China? Een terecht punt: in Nederland kunnen we wel wetgeving neerleggen dat kleding gemaakt met kinderarbeid er niet meer in komt maar zonder brede Europese implementatie hiervan heeft dit geen enkele kans van slagen.

Er is dus nog een lange weg te gaan naar die gedroomde toekomst. Maar, de zaal zat vol en in mijn beleving vooral ook met kledingbedrijven zelf.


Hopelijk durven zij steeds meer stappen te zetten én hun creativiteit te benutten om dichter bij die toekomst te komen.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *