De kledingbibliotheek: het toekomstmodel voor de mode?

De laatste tijd verschijnen er regelmatig berichten over de opkomst van het huren en lenen van kleding. Over mainstream gesproken: mijn schoonvader appte me zelfs omdat het er over ging in het NOS journaal. De mensen in mijn omgeving weten dat ik mijn kleding leen. Intussen ben ik al 2,5 jaar naar volle tevredenheid lid bij kledingbibliotheek Bij Priester in Den Haag.

Maar: hoe werkt het nou precies als je kleding leent? Ik merk dat de berichtgeving vaak niet de kern raakt van hoe ik het ervaar – en juist díe ervaring zorgt ervoor dat ik verwacht dat dit een business model voor de toekomst is in de kledingindustrie. Daarom een persoonlijke beschrijving van dit vernieuwende business model.

Zoektocht naar verandering

Het is bekend dat de kledingindustrie zorgt voor veel milieuvervuiling en dat er in de productieketens veel uitbuiting en andere mensenrechtenschendingen plaats vinden. Op verschillende manieren wordt er gewerkt aan het verbeteren van de productieketen voor textiel, in Nederland en internationaal. Maar moeten we geen andere en ambitieuzere stappen zetten om de negatieve impact van de kledingindustrie te verminderen? De verbeterslagen in de productieketen leveren netto geen winst op: de textielindustrie in zijn totaliteit groeit te hard. Alle goede bedoelingen ten spijt, dat tempo kunnen we niet bijbenen.

De zoektocht naar andere business modellen die niet meer draaien om zoveel mogelijk (nieuwe) kleding produceren en verkopen is daarom enorm belangrijk voor een transitie naar een ander, duurzamer, industriemodel. Want dat laatste is volgens mij hard nodig – hoe ingewikkeld dat ook is.

De kledingbibliotheek als kledingkast op afstand

In mijn eigen zoektocht naar een duurzamere kledingkast keek ik jaloers naar Amsterdam waar een paar jaar geleden LENA als eerste kledingbibliotheek van Nederland opende. Toen Bij Priester vervolgens bijna drie jaar geleden in Den Haag opende werd ik al vrij snel lid, nieuwsgierig naar het hoe dit concept in de praktijk zou bevallen.

Intussen ben ik enthousiast fan van deze Haagse onderneming. Een ‘kledingkast op afstand’, is het eigenlijk.

Het fijne van Bij Priester vind ik de diversiteit van hun collectie en de persoonlijke band die je opbouwt met deze ondernemers.

In het kort: als lid heb je een maandelijks abonnement waarmee je telkens 1, 2 of 3 kledingstukken kunt lenen. Wanneer je iets terug brengt, kun je weer een nieuw item mee naar huis nemen.

Een deel van de collectie van kledingbibliotheek Bij Priester

Bij Priester hanteert duidelijke kaders voor hun collectie. Ik vind het bijzonder hoe ze daar aan vast blijven houden. Het zorgt ervoor dat je als lid toegang hebt tot kleding van Nederlandse ontwerpers, die met duurzame materialen werken, materialen hergebruiken, lokaal produceren of op een andere manier een heel eigen verhaal hebben. Daarnaast heeft Bij Priester een eigen vintage collectie waar ik ook graag stukken van leen.

Dat betekent echter niet dat je alleen voor statement pieces en kledingstukken voor bijzondere gelegenheden bij deze kledingbieb terecht kan. Juist niet. Ik leen hier jurken voor zakelijke presentaties, comfortabele truien voor winteravonden thuis, leren biker jacks of een toffe rok. Overigens betekent dat niet dat ik de kledingstukken na 1 keer dragen alweer terug breng. Ik doe mijn best voldoende uit de kleding te halen zolang ik het in huis heb. Dit is tenslotte wel het zwakkere deel van het model: mijn kleding wordt gewassen wanneer ik het terugbreng, ook al is het bv maar 1 keer (of niet?) gedragen. Niet zo duurzaam om het te wassen na maar zo weinig gebruik.

Het herwaarderen van kleding

Toen ik een paar weken geleden dit artikel van Business of Fashion las met flinke kritiek op het leenmodel herkende ik mezelf daar vrijwel niet in. In dit artikel stelt de auteur onder andere dat het kunnen lenen van kleding juist leidt tot een mindere waardering van kleding. Volgens haar: de kleding is niet meer van jezelf, dus het maakt (nog) minder uit hoe je het behandelt en zet consumenten niet aan tot bewust consumptiegedrag. Ik merk echter dat de ontwerpers – en daarmee mijn waardering voor de kledingstukken – nu veel dichter bij zijn dan de anonieme mensen die de kleding maken van de grote merken. Dat heeft onverwachte resultaten: mijn Instagram-tijdlijn loopt over van accounts van ontwerpers die ik nu volg en tijdens een Oud & Nieuw feestje was er een snelle ontmoeting met de DJ-die-ook-kledingontwerper-is omdat ze de jurk van haar die ik droeg herkende. Superleuk!

Een groot verschil is ook dat een kledingbibliotheek zoals Bij Priester en LENA fysieke locaties zijn waar je zelf je kleding ophaalt en terugbrengt (alleen bij LENA kun je ook kleding online bestellen en in een andere stad bij een zogenaamd swappoint laten bezorgen om daar zelf op te halen). De voorbeelden in het artikel zoals Rent the Runway waar kleding continue heen en weer verstuurd wordt maken het model natuurlijk heel anders, onder andere vanwege de milieuimpact van het benodigde transport.

In Nederland zijn er enkele leenplatforms die ook werken met het versturen van kleding, zoals Spinning Closet en Borrow a Brand. Spinning Closet is echter niet een platform waar je wekelijks je kleding bestelt: zij verhuren designer kleding voor een bijzondere gelegenheid. Ik wacht nog op het feestje waarbij ik dit platform een keer kan uitproberen!

Intussen experimenteren zelfs individuele kledingmerken met kleding uitlenen. Eén van mijn favoriete duurzame merken SKFK is hier in 2019 mee begonnen. Ik wil dit zeker nog eens uitproberen om te bekijken hoe dit precies werkt, maar duurzaam? Dat betwijfel ik, zeker omdat het gaat om maandelijkse pakketjes uit Spanje met vaste sets kleding die te leen zijn.

Van hebben naar dragen

Na 2,5 jaar lidmaatschap bij kledingbibliotheek Bij Priester is mijn conclusie dat dit lidmaatschap er aan bijdraagt dat ik vrijwel geen nieuwe kleding meer koop (lingerie, sokken, sportkleding, en grote aankopen zoals een enkele winterjas daargelaten). Het aantal kledingstukken dat ik in deze tijd heb gekocht is letterlijk op één hand te tellen. Ik houd van mooie kleding en van het gevoel iets nieuws te hebben. Dat hebben is er nu niet meer bij, maar bijna elke twee weken ‘nieuwe’ kledingstukken kunnen dragen maakt dat ruimschoots goed.

Ik ben al eerder tot de conclusie gekomen dat het verduurzamen van iemands kledingkast een persoonlijke zoektocht is. De vorm daarvan pakt voor iedereen anders uit. Hoe vaak ik ook lees over de voordelen van tweedehands of vintage kleding kopen, het is iets wat niet bij mij past. Winkelen vind ik helemaal niet leuk. Het idee van een capsule wardrobe spreekt me aan, maar ook dat is voor mij vermoedelijk niet de oplossing. Het gebruik van een kledingbibliotheek is lang niet voor iedereen een passende oplossing. Maar dat het model toekomst heeft, daar ben ik absoluut van overtuigd.

Daarbij blijft het mantra natuurlijk wel: Buy Less, Choose Well, Make it Last in de woorden van Vivienne Westwood. Minder en bewuster (vintage/2ehands) kleding kopen en goed zorgen voor de kleding die je hebt en gebruikt, zou voor iedereen een belangrijke vuistregel moeten zijn!

0 replies

Leave a Reply

Want to join the discussion?
Feel free to contribute!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *